Terugleververgoeding vanaf 2027: zo werkt de 50%-regel
Vanaf 1 januari 2027 moet je leverancier je voor elke teruggeleverde kWh een redelijke vergoeding betalen: bruto minimaal 50% van je kale leveringsprijs. Klinkt goed — tot je ziet wat er netto overblijft. Zo zit de regel in elkaar.
De regel in één alinea
Amendement 36611-17 bij de wet die salderen beëindigt: van 2027 tot 2030 is de bruto terugleververgoeding minimaal 50% van je kale leveringsprijs — de prijs per kWh zonder energiebelasting en btw. De ACM houdt toezicht. Na 1 januari 2030 vervalt die bodem en is de vergoeding vrij.
Rekenvoorbeeld
Betaal je all-in 26 cent per kWh, dan is je kale prijs: 26 ÷ 1,21 − 9,161 (energiebelasting) ≈ 12,3 cent. De bodem voor je bruto vergoeding is dan 6,2 cent per teruggeleverde kWh. En inderdaad: de aangekondigde bruto vergoedingen clusteren netjes rond 5,5 à 7,7 cent — vlak boven het wettelijk minimum.
Waarom netto veel minder overblijft
Diezelfde wet staat terugleverkosten toe. Daar komen vanaf 2027 wel regels bij: de kosten moeten gebaseerd zijn op wat teruglevering de leverancier werkelijk kost, ze gelden als één vast bedrag per teruggeleverde kWh, en alleen klanten die terugleveren mogen ze betalen (de precieze regels zijn deze zomer publiek ter consultatie voorgelegd). In de praktijk lopen de aangekondigde kosten in onze eigen monitor uiteen van 4,40 ct tot 13,09 ct per kWh, met 6,11 ct als middelste waarde (mediaan): hoe hoger de geadverteerde brutovergoeding, hoe hoger doorgaans ook de kosten. Daardoor blijft van de bruto vergoeding netto 0,15 ct tot 3,17 ct over bij de 13 leveranciers die hun 2027-tarieven al bekendmaakten (peildatum 4-8-2026).
Wat de ACM er zelf over besloot — en wat zij níet kan
Bijna niemand linkt het document zelf, dus hier staat het: het besluit van de ACM van 12 december 2025 ↗ (kenmerk ACM/UIT/664047), waarmee de nieuwe modelcontracten zijn vastgesteld. In het modelcontract zelf staat de regel woordelijk:
“In de Energiewet is geregeld dat deze redelijke vergoeding tussen 1 januari 2027 en 1 januari 2030 minimaal 50% bedraagt van de voor de te leveren elektriciteit overeengekomen prijs (kale leveringstarief per kWh zonder energiebelasting en btw).”
Let op die ene formulering: de overeengekomen prijs. De bodem hangt aan het leveringstarief van jouw eigen contract — niet aan een marktgemiddelde en niet aan iets wat de leverancier los kiest. De brutovergoeding hoort daarmee bij een contract, niet bij een leverancier — en dát is precies waarom twee vergelijkingssites voor dezelfde leverancier verschillende bedragen kunnen tonen zonder dat een van beide liegt. Wij rekenen dat verschil voor in de monitor.
Interessanter nog is wat er over negatief in staat. Meerdere partijen vroegen de ACM in de consultatie hoe voorkomen wordt dat je per saldo geld toelegt op teruglevering. Het antwoord is scherper dan de meeste samenvattingen suggereren, en het valt in twee delen uiteen:
- Bruto mag niet negatief. “Na de beëindiging van de wettelijke salderingsregeling, mag de terugleververgoeding gemiddeld gewogen over een periode van een maand niet negatief zijn” (randnummer 70). Let op de maatstaf: gewogen gemiddelde over een maand — niet per uur, dus losse negatieve uren zijn hiermee niet verboden.
- Netto mag dat wél. “De ACM kan echter niet optreden tegen een netto negatieve terugleververgoeding in de situatie dat de terugleververgoeding en de terugleverkosten beide redelijk zijn” (randnummer 71). De toezichthouder zegt hier in haar eigen besluit dat het eindresultaat waar het jou om gaat — houd ik per kWh iets over? — buiten haar bereik ligt zolang beide onderdelen op zichzelf redelijk zijn.
Daar komt bij dat de ACM “onder de Energiewet geen maximumtarieven [kan] vaststellen voor tarieven of tariefcomponenten, ook niet in modelcontracten” (randnummer 68). Er is dus geen plafond op de terugleverkosten — alleen de open norm “redelijk”. Andersom mag het ook nul zijn: “Als terugleverkosten overbodig blijken kunnen deze op 0,00 gesteld worden” (randnummer 25), wat precies is wat de dynamische leveranciers doen.
Geldt dit ook voor dynamische contracten?
Bij dynamische contracten is de vergoeding de beursprijs van het uur waarin je teruglevert. Vaste terugleverkosten kennen die contracten niet, maar gratis is het niet overal: 4 van de aanbieders in onze monitor zeggen zelf niets in te houden, 2 houden een verkoopvergoeding in (EnergyZero 1,24 ct/kWh en Tibber 2,48 ct/kWh), en bij Frank Energie konden wij het niet vaststellen. Dat klinkt alsnog als de winnende route — maar juist op zonnige middagen is de beursprijs laag of negatief. In dit stuk rekenen we op echte uurprijzen voor wat een teruggeleverde kWh dan werkelijk oplevert.
Drie dingen om te onthouden
- De 50%-bodem gaat over bruto; jouw portemonnee over netto.
- De bodem is tijdelijk: na 2029 vervalt hij. Een terugverdiensom die jaren na 2030 doorrekent met de huidige vergoeding is dus fictie.
- Voor lopende variabele contracten zijn veel bedragen nog niet definitief — Essent en Vattenfall zeggen zelf dat exacte tarieven uiterlijk 30 dagen vooraf volgen. De monitor houdt het per leverancier bij, met bron en datum.
Wat dit alles voor jouw jaarrekening betekent? De rekentool telt het in 60 seconden op — inclusief de terugleverkosten die je nu al betaalt.
Bronnen: Amendement 36611-17 · Staatsblad 2025/17 · Besluit ACM 12-12-2025, ACM/UIT/664047 (zaaknummer ACM/24/190808, art. 2.23 lid 2 Energiewet; randnummers 25, 68, 70 en 71) · consultatie Energieregeling terugleverkosten (gesloten 10-7-2026) · tarievenmonitor zonnesaldo.nl, peildatum 4-8-2026.